Vis vervangen door kip in visvoer: is dat een duurzame oplossing?

Vis vervangen door kip in visvoer: is dat een duurzame oplossing?

Good Fish – 29 oktober 2026

Lerøy kondigde onlangs (1) aan dat zij kippenbijproducten gaan inzetten als ingrediënt in zalmvoer. Daarmee komt een discussie die al langer speelt opnieuw volop in de aandacht: is het wenselijk om vismeel, soja of andere ingrediënten in visvoer te vervangen door producten afkomstig uit de pluimveesector?

Het antwoord is minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt.

Wat zegt Lerøy hierover?

Volgens Lerøy (1) kan het gebruik van kippenbijproducten in zalmvoer de klimaatimpact van voer aanzienlijk verlagen. Het bedrijf stelt dat de klimaatvoetafdruk van het voer hierdoor met maximaal 16% kan afnemen. Daarnaast wijzen zij op het circulaire karakter van deze grondstof. Het gaat immers niet om kip die speciaal wordt geproduceerd voor zalmvoer, maar om reststromen uit de Europese pluimvee-industrie die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt.

De argumenten vanuit de sector zijn daarbij:

  • lagere CO₂-uitstoot van het voer;
  • beter gebruik van bestaande reststromen;
  • minder afhankelijkheid van soja;
  • minder afhankelijkheid van vismeel;
  • goede voedingswaarde voor de zalm.
Hoe zit het met de voedselveiligheid?

Vanuit nutritioneel perspectief is er op zichzelf weinig aanleiding om te stellen dat kippenmeel onveilig of ongeschikt zou zijn. Moderne visvoeders worden ontwikkeld op basis van de voedingsbehoefte van de vis. Voerfabrikanten kijken daarbij naar aminozuren, vetzuren, eiwitten, mineralen en verteerbaarheid. Vervolgens wordt gezocht naar ingrediënten die deze nutriënten kunnen leveren tegen een zo laag mogelijke milieu-impact en kostprijs. Vismeel is daarbij slechts één van vele mogelijke ingrediënten. Ook soja, tarwe, insecten, algen en pluimveeproducten kunnen een rol spelen. Opvallend is bovendien dat pluimveemeel niet altijd direct wordt gezien als vervanger van vismeel. Volgens onderzoekers van Nofima (2) wordt het juist vaak beschouwd als een mogelijk alternatief voor sojaconcentraat. Ten opzichte van plantaardige eiwitbronnen noemen zij voordelen zoals de afwezigheid van antinutritionele stoffen, een gunstiger aminozuurprofiel en de aanwezigheid van bepaalde vetten en mineralen die waardevol kunnen zijn voor zalm. Daarmee verschuift de discussie van “vis vervangen door kip” naar een bredere vraag: is het wenselijk om plantaardige grondstoffen te vervangen door dierlijke.

Sinds wanneer is dit wettelijk toegestaan?

Veel consumenten denken dat dit een nieuwe ontwikkeling is, maar Europees gezien is dat niet het geval. De Europese Unie staat sinds 1 juni 2013 het gebruik van verwerkte dierlijke eiwitten (Processed Animal Proteins, PAP’s) in voer voor aquacultuurdieren toe via Verordening (EU) nr. 56/2013 (3). Het gaat daarbij onder andere om eiwitten afkomstig uit de pluimveehouderij.

Wordt kip eigenlijk al gebruikt in visvoer?

Ja. Niet alleen pluimveemeel wordt gebruikt, maar ook kippenveren worden al jarenlang vals aanvullende eiwitbron en als gedeeltelijke vervanger van vismeel. Veren bestaan grotendeels uit keratine en bevatten veel eiwit. Door hydrolyse (4) kunnen deze eiwitten verteerbaar worden gemaakt en worden ingezet als ingrediënt in aquacultuurvoer.

Is het onnatuurlijk dat een zalm kip eet?

Dat hangt af van hoe je naar natuurlijkheid kijkt. De intuïtieve reactie van veel consumenten is dat kip niet thuishoort in een vis. Een zalm eet immers geen kip in het wild. Tegelijkertijd roept dat de vraag op wat we precies bedoelen met “natuurlijk”. Ook veel andere ingrediënten die tegenwoordig standaard in visvoer worden gebruikt, zoals soja, tarwe of andere plantaardige grondstoffen, maken geen onderdeel uit van het natuurlijke dieet van wilde zalm. Het voer van moderne gekweekte zalm bestaat tegenwoordig zelfs voor ongeveer 70% uit plantaardige ingrediënten. Bovendien profiteert gekweekte zalm al decennialang van toevoegingen die eigenschappen van het natuurlijke dieet nabootsen. Zo krijgt zalm in het wild zijn kenmerkende oranje kleur doordat hij kreeftachtigen en andere kleine schaaldieren eet die rijk zijn aan carotenoïden, zoals astaxanthine. In de kweek wordt die kleur eveneens verkregen door deze stof aan het voer toe te voegen. Consumenten verwachten immers een roze-oranje zalmfilet, ook al ontstaat die kleur in de natuur indirect via het eten van kreeftjes.

Je zou daarom ook de vraag kunnen stellen hoe natuurlijk andere onderdelen van het dieet van gekweekte zalm zijn. Is het bijvoorbeeld vanzelfsprekend dat zalm grote hoeveelheden ansjovis, sardines of andere wilde vis eet die speciaal wordt gevangen en verwerkt tot vismeel en visolie voor aquacultuur? Die praktijk wordt vaak als normaal beschouwd. In het wild eet zalm een gevarieerd dieet van kleine vissen, kreeftachtigen, insectenlarven en andere organismen. Het voer dat tegenwoordig in aquacultuur wordt gebruikt is daarom al decennialang een samengesteld product dat is ontwikkeld om aan de voedingsbehoeften van de vis te voldoen, niet om het natuurlijke dieet exact na te bootsen.

Wat vinden consumenten hiervan?

Recent onderzoek (5) van het Noorse onderzoeksinstituut Nofima laat zien dat consumenten in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vaak weinig kennis hebben van de samenstelling van zalmvoer. Opvallend genoeg beoordelen consumenten gekweekte zalm doorgaans positiever wanneer zij geen informatie krijgen over de gebruikte voergrondstoffen. Zodra specifieke ingrediënten worden genoemd, ontstaan sterkere reacties. Vis, algen en plantaardige ingrediënten worden meestal gezien als natuurlijke en gezonde onderdelen van het dieet van een zalm. Kip wordt daarentegen vaak als minder natuurlijk ervaren en roept relatief veel weerstand op.

Het onderzoek laat ook zien dat veel consumenten niet weten dat moderne zalmvoeders al grotendeels uit plantaardige ingrediënten bestaan. De onderzoekers concluderen daarom dat transparantie belangrijk is, maar dat uitleg over de reden achter bepaalde voerkeuzes minstens zo belangrijk is.

Waarom is deze discussie juist nu relevant?

Een belangrijke reden is dat vismeel en visolie onder druk staan. Wereldwijd is de beschikbaarheid van deze grondstoffen niet onbeperkt. Klimaatveranderingen, waaronder El Niño-effecten (6, 7), hebben invloed op belangrijke visserijen zoals de Peruaanse ansjovisvisserij. Tegelijkertijd neemt de vraag naar visvoer toe. Daardoor groeit de behoefte aan alternatieve eiwitbronnen.

Daarbij gaat het niet alleen om alternatieven voor vismeel en visolie. Een belangrijk deel van het huidige zalmvoer bestaat inmiddels uit plantaardige ingrediënten, waaronder soja. Sommige onderzoekers en voerproducenten zien pluimveemeel daarom juist als een alternatief voor sojaconcentraat. De discussie gaat daarmee niet alleen over het verminderen van de druk op wilde visbestanden, maar ook over de vraag welke combinatie van mariene, plantaardige en dierlijke grondstoffen uiteindelijk de laagste totale milieu-impact heeft.

Voorstanders zien kippenbijproducten daarom als een slimme vorm van reststroombenutting. Vanuit een circulair perspectief is dat begrijpelijk. Wanneer een kip toch al wordt geproduceerd voor menselijke consumptie, is het logisch om zoveel mogelijk onderdelen daarvan nuttig te gebruiken en verspilling te voorkomen.

Toch roept dit een bredere duurzaamheidsvraag op. De productie van kippenvlees heeft namelijk een aanzienlijke klimaatimpact. Niet voor niets adviseren veel overheden, wetenschappers en klimaatorganisaties om de consumptie van dierlijke eiwitten te verminderen als onderdeel van de transitie naar een duurzamer voedselsysteem.

De economische waarde van een dier wordt niet alleen bepaald door het vlees dat wordt verkocht voor menselijke consumptie, maar ook door de waarde van de reststromen. Wanneer veren, bloed, vetten en andere bijproducten een commerciële bestemming krijgen in bijvoorbeeld aquacultuurvoer, leveren deze stromen extra inkomsten op voor de pluimveeketen. Daardoor stijgt de totale economische waarde van iedere geproduceerde kip. Hoewel die meeropbrengst relatief klein kan zijn ten opzichte van de waarde van het vlees zelf, draagt zij wel bij aan het verdienmodel van de sector als geheel.

Dat betekent niet automatisch dat pluimveeproducten in visvoer onduurzaam zijn. Wel ontstaat de vraag in hoeverre dergelijke toepassingen indirect bijdragen aan het economische verdienmodel van een sector waarvan tegelijkertijd wordt verwacht dat deze op termijn minder grondstoffen, land en emissieruimte gaat gebruiken.

Met andere woorden: benutten we een bestaande reststroom die anders verloren zou gaan, of creëren we extra economische prikkels om een productiesysteem in stand te houden waarvan de maatschappelijke doelstelling juist is om het op termijn te verkleinen? Dat is geen eenvoudige vraag. Juist daarom verdient deze discussie meer aandacht dan alleen de directe klimaatwinst van een individueel voerrecept.

Wat betekent dit voor de VISwijzer?

Dat is misschien wel de lastigste vraag. Binnen de huidige systematiek wordt het gebruik van minder vismeel en visolie indirect beloond via indicatoren zoals de Fish Feed Dependency Ratio (FFDR). Wanneer vis wordt vervangen door kip, daalt de afhankelijkheid van wilde visbestanden. Dat leidt dus potentieel tot een betere score op dit onderdeel. Hier ontstaat precies het spanningsveld: een lagere afhankelijkheid van wilde visbestanden hoeft niet automatisch te betekenen dat de totale duurzaamheidsimpact ook lager wordt. Tegelijkertijd bevat de huidige methodologie geen specifieke beoordeling voor het gebruik van terrestrische dierlijke eiwitten, zoals kippenmeel of insecteneiwit.

De voorlopige conclusie van Good Fish

Het benutten van reststromen uit de pluimveesector klinkt logisch vanuit het voorkomen van verspilling. Tegelijkertijd maken deze reststromen onderdeel uit van een economische keten waarin iedere extra toepassing de totale waarde van het geproduceerde dier vergroot. Daarmee ontstaat de vraag of het gebruik van kippenbijproducten in aquacultuur een overgang ondersteunt naar een duurzamer voedselsysteem, of juist bijdraagt aan het economisch aantrekkelijk houden van een sector waarvan de klimaatimpact aanzienlijk is. De discussie gaat uiteindelijk over meer dan alleen voerformules. Het gaat ook over de vraag of de druk op mariene ecosystemen wordt verminderd door die deels te verschuiven naar landgebonden productiesystemen, of dat er oplossingen mogelijk zijn die zowel de afhankelijkheid van wilde vis als de afhankelijkheid van veehouderij verminderen.

Voor Good Fish staat centraal dat duurzaamheid meer is dan één indicator. Een lagere afhankelijkheid van wilde visbestanden is positief, maar moet altijd worden afgewogen tegen effecten op klimaat, biodiversiteit, circulariteit, dierenwelzijn en maatschappelijke acceptatie.

De kernvraag is daarom niet alleen of kip een geschikte vervanger is voor vismeel, maar ook welk voedselsysteem we op de lange termijn willen stimuleren.

Good Fish volgt de discussie daarom nauwgezet en zal de ontwikkelingen binnen de sector, de wetenschap en organisaties zoals WWF blijven volgen voordat een definitief standpunt wordt ingenomen.

Bronnen

  1. https://www.leroyseafood.com/en/about-us/news/leroy-takes-an-important-step-towards-climate-reduction-and-circular-economy/
  2. https://nofima.com/projects/utilisation-of-residual-raw-materials-from-chicken-as-a-protein-source-in-salmon-feed/
  3. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R0056
  4. https://www.aquafeed.co.uk/feather-meal-for-aqua-feed-how-to-make-the-best-choices-20611/
  5. https://nofima.com/results/most-consumers-arent-aware-of-what-farmed-salmon-are-fed/
  6. https://www.iffo.com/amid-coastal-el-nino-fishmeal-and-fish-oil-output-remains-weak
  7. https://www.salmonbusiness.com/manolin-how-strong-el-nino-could-deepen-cost-pressures-on-salmon-farmers/

Je gebruikt een verouderde browser. Hierdoor kunnen we de werking en veiligheid van de website niet garanderen. Bekijk hier de alternatieven.