Het bestand van de rode poon in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan is onvoldoende bekend. De soort wordt bij onderzoek vaak samengevoegd met andere ponen, waardoor betrouwbare bestandsschattingen ontbreken. Ook de ontwikkeling van het bestand is onduidelijk: sommige gegevens wijzen op een afname van de vangsten, andere op een toename.
Bij de visserij met geankerde kieuwnetten en schakelnetten wordt rode poon vooral als bijvangst gevangen en kunnen beschermde soorten zoals dolfijnen, bruinvissen, zeevogels, haaien en roggen worden geraakt; de hoeveelheid discards is onvoldoende bekend en kan lokaal hoog zijn. Bij Schotse zegens wordt rode poon eveneens vooral als bijvangst gevangen, met aanzienlijke discards en veel soorten in de vangst die onvoldoende worden beheerd, terwijl deze methode minder belastend is voor de zeebodem dan zwaardere bodemvisserij. Bij bodemottertrawls is rode poon vooral bijvangst en zijn de bijvangst en discards hoog; bovendien veroorzaakt deze methode aanzienlijke schade aan de zeebodem en het ecosysteem. Geen van deze vangstmethoden wordt momenteel aangeraden voor rode poon.
Het beheer is gedeeltelijk effectief, maar de rode poon wordt niet afzonderlijk beheerd en de monitoring is beperkt. De visserij valt onder het Europese visserijbeleid. Er zijn maatregelen voor bijvangst, bescherming van kwetsbare gebieden en het voorkomen van illegale visserij, maar de uitvoering en controle zijn niet overal voldoende.