(Regenboog)forel wordt in Zuid-Amerika en Turkije gekweekt in vijvers en doorstroomsystemen met broed uit kwekerijen. Er is relatief weinig energie nodig. De soort is afhankelijk van voer met een relatief hoog aandeel vismeel en visolie. In Turkije is de herkomst van de grondstoffen over het algemeen beter te herleiden dan in Zuid-Amerika.
De kweek kan leiden tot een matige belasting van het oppervlaktewater. In Turkije kan die belasting lokaal groter zijn. Ontsnappingen zijn mogelijk en antibiotica kunnen worden gebruikt. Ziekten komen voor, maar grote uitbraken zijn zeldzaam. De gevolgen voor wilde populaties zijn niet goed bekend. De CO₂-uitstoot is laag tot gemiddeld.
Het beheer is in Turkije deels effectief en in Zuid-Amerika beperkt effectief. Er is geen AIP voor deze kweek. In Turkije zijn veel bedrijven ASC– en GlobalG.A.P.-gecertificeerd. In Zuid-Amerika beschikken slechts enkele bedrijven over een ASC-, BAP- of GlobalG.A.P.-certificering.