Het gaat matig met het geelvintonijn bestand in de Atlantische Oceaan, momenteel is deze op een behoudbaar niveau en langzaam aan het stijgen. Er zijn echter aanwijzingen dat toekomstige visserij kan leiden tot overbevissing.
Er zijn aanwijzingen dat de ringzegenvisserij met FAD’s gevolgen heeft voor ETP soorten in het oostelijke deel van de Stille Oceaan, met name voor haaien en schildpadden. De sterfte door teruggooi bedraagt tot 20% van de totale vangst, terwijl minder dan 8% van de aangelande vangst uit niet-doelsoorten bestaat
Ook ringzegens zonder FAD hebben aanzienlijke impact op ETP soorten, met name zeevogels, schildpadden en haaien. Ongeveer 25% van de vangst wordt teruggegooid en meer dan de helft bestaat uit onbeheerde, niet-gecontroleerde of overbeviste soorten, waaronder grootoogtonijn. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor negatieve ecosysteemeffecten. De impact op de bentische habitat en de koolstofvoetafdruk zijn beperkt, terwijl het risico door achtergelaten, verloren en teruggegooid vistuig gemiddeld is.
Het beheer van de geelvintonijn valt onder de bevoegdheid van ICCAT. Het bestand wordt voldoende gemonitord, maar de beschikbare gegevens zijn niet volledig representatief, waardoor onzekerheid bestaat over de bestandsbeoordeling. De beheersmaatregelen lijken onvoldoende om duurzame streefniveaus te waarborgen. Maatregelen voor ETP-soorten, teruggooi, ecosysteemeffecten en IUU-visserij zijn slechts beperkt effectief vanwege erg riante richtlijnen en zwakke handhaving.
Er bestaat redelijke twijfel of de maatregelen toereikend zijn om de doelstellingen inzake de omvang en structuur van het bestand op een duurzame manier te handhaven
Vier ringzegenvisserijen zitten in een FIP, en vier hebben MSC certificatie.