Tarbot aquacultuur in tanks is goed ontwikkeld in zowel Spanje (vooral Galicië) als Noorwegen, maar de productie in Noorwegen is onbekend. In beide landen is het broedbestand doorgeselecteerd tot de vijfde generatie. Larven worden gevoed met levend voer, en in een latere stadia krijgen de vissen geformuleerd voer. Het voer in Europa wordt geproduceerd door gespecialiseerde bedrijven en heeft doorgaans een visvoer afhankelijkheid (FFDR) < 2, met een sterke focus op duurzaamheid en traceerbaarheid via o.a. GlobalG.A.P.-certificering en leveranciers zoals BIOMAR en SKRETTING. Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen is in beide gevallen niet volledig transparant.
De gebruikte doorstroomsystemen veroorzaken een matige afvalbelasting en hebben enkele negatieve milieueffecten, maar er is geen risico op verzilting. De aanleg van tarbot kwekerijen kan een transformationeel effect hebben in gebieden met middelmatige ecologische gevoeligheid en er is een beperkt risico op ontsnappingen, zonder grote ecologische impact. De slachtmethode via ijs-slurry wordt als niet diervriendelijk beschouwd. Ziektebeheer en chemisch gebruik worden relatief goed onderzocht en hebben een laag milieurisico. De impact op wilde populaties is onbekend.