Het gaat goed met het bestand van sardine in de Oostelijke Ionische Zee (GSA 20) en ICES-gebied 7 (de Keltische Zee en de wateren ten westen van Groot-Brittannië en Ierland). In beide gebieden bevindt het bestand zich op een duurzaam niveau. In de Oostelijke Ionische Zee neemt de biomassa sinds 2015 toe en ligt de visserijdruk onder het duurzame niveau. In ICES 7 behoort de biomassa tot de hoogste van de meetreeks, al ontbreken daar officiële referentiepunten voor maximale duurzame opbrengst. Wel wordt geadviseerd de visserijdruk niet verder te verhogen.
De visserij met ringzegens kent weinig bijvangst, een lage teruggooi en veroorzaakt geen schade aan de zeebodem. Wel kan extra sterfte optreden door slipping. Ook de CO₂-uitstoot en het risico op verloren vistuig zijn laag.
Het beheer verschilt tussen de gebieden. In de Oostelijke Ionische Zee wordt het bestand goed gemonitord, maar ontbreekt een specifiek beheerplan en is de handhaving tussen landen niet overal even effectief. In ICES 7 wordt het bestand eveneens gemonitord, maar internationale vangstlimieten en een gezamenlijk beheerplan ontbreken. Alleen de Cornish Sardine Management Association hanteert sinds 2018 aanvullende regels voor een deel van de vloot. Deze Cornish visserij is MSC-gecertificeerd, terwijl voor de visserij in de Oostelijke Ionische Zee geen FIP of MSC-certificering bestaat.