Het bestand van Alaska koolvis staat er goed voor. Zowel in de Golf van Alaska als in de oostelijke Beringzee is de biomassa duurzaam en de visserijdruk laag, al bestaan er in de Golf van Alaska zorgen over de toekomstige ontwikkeling van het bestand.
Bij de visserij met sleepnetten zoals zwevende ottertrawls is de bijvangst van kwetsbare (ETP) soorten, zoals chinookzalm en Stellerzeeleeuwen, een belangrijk aandachtspunt. Minder dan 10% van de vangst wordt teruggegooid en ongeveer 98% van de vangst bestaat uit Alaska koolvis. Hoewel de visserij pelagisch (zwevend) is, raakt het vistuig regelmatig de zeebodem en kan het kwetsbare bodemhabitats en het voedselweb verstoren. De CO₂-uitstoot en het risico van achtergelaten vistuig zijn gemiddeld.
Het bestand wordt in beide gebieden goed gemonitord met uitgebreide waarnemersprogramma’s en regelmatig bijgewerkte bestandsschattingen. Het beheer is over het algemeen effectief en gebaseerd op wetenschappelijk advies, maar in de Golf van Alaska blijken maatregelen voor kwetsbare soorten minder effectief sinds in 2024 voor het eerst de toegestane bijvangst van chinookzalm werd overschreden. In de oostelijke Beringzee werken de beschermingsmaatregelen voor kwetsbare soorten beter, al blijft klimaatverandering een groeiend aandachtspunt.
vanwege verschillen in management en bestand scoort Alaska koolvis uit de Noordwestelijke Stille Oceaan hoger (groen) dan die uit de Noordoostelijke (geel).
Er is MSC-gecertificeerde Alaska koolvis beschikbaar.