Het gaat overwegend goed met de kweek van chinookzalm in Nieuw-Zeeland. De soort wordt gekweekt in netten in zee en zoet water en is grotendeels afkomstig van enkele grote kwekerijen. De kweek maakt gebruik van volledig traceerbaar voer, maar bevat relatief veel vismeel en visolie.
De kweek veroorzaakt een hoge uitstoot van voedingsstoffen, wat lokaal een grote impact op de waterkwaliteit kan hebben. Schade aan de leefomgeving en wilde dieren blijft over het algemeen beperkt en er wordt geen dodelijke predatorenbestrijding toegepast. Ontsnappingen zijn mogelijk, maar de gevolgen voor wilde populaties worden als klein ingeschat. Ziekten komen weinig voor, al zijn de gevolgen van ziekteoverdracht naar wilde zalm onvoldoende bekend. Het gebruik van chemische middelen en antibiotica is beperkt.
Het beheer wordt als effectief beoordeeld. Er is één Aquaculture Improvement Project (AIP) voor uitbreiding van de offshoreproductie. Veel kwekerijen beschikken over BAP-certificering en één kwekerij is ASC-gecertificeerd. Naar schatting is ongeveer 95% van de Nieuw-Zeelandse productie onafhankelijk gecertificeerd.