Regenboogforel wordt in Noord-Europa gekweekt in kooien, vijvers, doorstroomsystemen en RAS-systemen met broed uit kwekerijen. De kweek is afhankelijk van voer met een relatief hoog aandeel vismeel en visolie. De herkomst van de grondstoffen is over het algemeen goed te herleiden. In Noorwegen worden geen genetisch gemodificeerde ingrediënten gebruikt. In Zweden is het gebruik hiervan niet altijd duidelijk voor consumenten. RAS-systemen vragen meer energie, maar hebben de laagste milieu-impact.
Open kweeksystemen kunnen leiden tot een matige tot hoge belasting van het oppervlaktewater. Ontsnappingen en de verspreiding van ziekten blijven aandachtspunten, vooral in kooikweek. In Noorwegen en Zweden zijn maatregelen genomen om ontsnappingen en predatie te beperken. Antibiotica en andere chemische middelen kunnen worden gebruikt, maar grote ziekte-uitbraken komen weinig voor. RAS-systemen beperken de uitstoot van afvalstoffen, voorkomen ontsnappingen en verkleinen het risico op ziekteoverdracht. De CO₂-uitstoot is bij RAS hoger door het energieverbruik.
Het beheer is in Noord-Europa grotendeels effectief. Er is geen AIP voor deze kweek. In Noorwegen zijn veel bedrijven gecertificeerd volgens ASC, BAP en GlobalG.A.P. In Zweden, Zwitserland en Finland zijn nauwelijks of geen bedrijven ASC-gecertificeerd. Denemarken heeft een streng regelgevend kader voor aquacultuur en RAS-systemen behoren daar tot de meest duurzame productiemethoden.