Het gaat slecht met de bestanden van blauwe mossel in de noordoostelijke Atlantische Oceaan. De soort groeit relatief langzaam, kan een hoge leeftijd bereiken en is daardoor gevoelig voor intensieve bevissing. Door de beperkte verplaatsing van mosselen kunnen mosselbanken bij overbevissing langdurig achteruitgaan of verdwijnen. In verschillende delen van het verspreidingsgebied zijn mosselbanken de afgelopen jaren afgenomen.
De visserij met mosselkorren heeft weinig bijvangst van kwetsbare (ETP) soorten. Wel worden regelmatig bodemdieren, koralen en andere rifvormende organismen meegevangen. Discards zijn onvoldoende gedocumenteerd, maar uit gegevens van MSC-gecertificeerde visserijen blijkt dat de vangst voor minder dan 10% uit niet-beheerde of overbeviste soorten bestaat. Mosselkorren veroorzaken zeer veel schade aan de zeebodem en de organismen die daar leven. Daardoor kan de structuur van mosselbanken verdwijnen en raakt het voedselweb langdurig verstoord. De CO₂-uitstoot van deze visserij is matig. Verloren mosselkorren vormen nauwelijks een risico op spookvisserij doordat ze zwaar zijn en op de bodem blijven liggen.
Het beheer wordt als deels effectief beoordeeld. De monitoring verschilt sterk per regio: voor MSC-gecertificeerde visserijen zijn veel gegevens beschikbaar, maar in grote delen van het verspreidingsgebied ontbreken actuele gegevens over de omvang en verspreiding van mosselbanken. In de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk gelden maatregelen om de visserijdruk en de schade aan kwetsbare habitats te beperken, waaronder gesloten gebieden en natuurbescherming. Toch blijven mosselbanken in onder meer Schotland en Zweden achteruitgaan en zijn ze in delen van Frankrijk verdwenen. Er zijn geen Fisheries Improvement Projects (FIP’s) voor deze visserij. Binnen FAO-gebied 27 zijn vijf visserijen MSC-gecertificeerd.