De kweek van karper in Centraal- en Oost-Europa vindt voornamelijk plaats in vijvers en heeft een lage energiebehoefte. De kweek is afhankelijk van extern voer, dat voornamelijk uit granen bestaat en nauwelijks ingrediënten uit de zee bevat.
De uitstoot van afvalstoffen uit de vijvers is matig en de vijvers kunnen leefgebied bieden aan andere soorten en bijdragen aan een gezonde bodem. Karper kan echter een risico vormen voor inheemse soorten en ecosystemen en bij de kweek kan dodelijke bestrijding van aalscholvers plaatsvinden; grootschalige ziekte-uitbraken en problemen met de overdracht van parasieten zijn niet gemeld.
Het beheer van de Europese karperkweek is grotendeels effectief en richt zich op de belangrijkste risico’s van de kweek. Er is geen BAP-, ASC– of GlobalG.A.P.-certificering beschikbaar, maar ongeveer 9% van de productie vindt plaats volgens biologische normen.