Het bestand van haring is in de meeste beoordeelde gebieden goed onderzocht en wordt regelmatig beoordeeld. Hoewel de toestand verschilt tussen de Noordzee, Atlantische Oceaan, IJslandse wateren, de Oostzee en de Canadese oostkust, zijn de meeste bestanden nog duurzaam, al staan enkele onder druk door afnemende biomassa of lage aanwas.
Van de beoordeelde vangstmethoden behoren zwevende ottertrawls, ringzegens en fuiken tot de meest duurzame keuzes. Deze pelagische visserijen veroorzaken weinig bijvangst en hebben nauwelijks of geen invloed op de zeebodem. Wel kan de visserij lokaal invloed hebben op het voedselweb, omdat haring een belangrijke prooisoort is voor veel andere dieren.
Het beheer is over het algemeen goed ontwikkeld. De meeste bestanden worden intensief gemonitord en beheerd op basis van wetenschappelijk advies, al volgen vangstquota niet altijd volledig dat advies. Een groot deel van de beoordeelde haringvisserijen is MSC-gecertificeerd.