Het bestand van de Atlantische makreel in de Noordoost-Atlantische Oceaan wordt goed gemonitord, maar verkeert in slechte staat. De paaibiomassa is sinds 2015 sterk afgenomen en de visserijsterfte ligt boven het niveau voor maximale duurzame opbrengst. De huidige visserijdruk vormt daarmee een risico voor de lange termijn en leidt tot een donkerrode beoordeling.
Bij de visserij met kieuwnetten is de bijvangst van verschillende soorten een belangrijk aandachtspunt. Vooral bruinvissen en zeekoeten worden gevangen en de bijvangst kan voor deze soorten een bedreiging vormen. De discards worden geschat op ongeveer 20%. De visserij heeft geen direct effect op de zeebodem en veranderingen in het ecosysteem zijn niet waarschijnlijk. De CO₂-uitstoot is laag, maar het risico op verloren vistuig is bij deze methode hoog.
Het beheer van de makreelvisserij is slechts gedeeltelijk effectief. Er is geen gezamenlijke langetermijnstrategie en de gezamenlijke quota liggen al jaren boven het wetenschappelijke advies. De naleving en handhaving zijn gemiddeld en monitoring van bijvangst en discards kan beter. Alle NEA-makreelvisserijen met MSC-certificering zijn in 2021 en 2022 ingetrokken; er is een FIP voor de NEA-makreelvisserij, maar deze geldt niet voor de visserij met kieuwnetten.