Het bestand van de rode zeebrasem in de noordoostelijke Atlantische Oceaan, met uitzondering van de Azoren, is onvoldoende bekend. In de onderzochte gebieden lijkt het bestand overbevist en af te nemen, terwijl de gemiddelde grootte van de vissen kleiner wordt. De soort wordt hier vooral als bijvangst gevangen; er is geen gerichte visserij op deze soort meegenomen in deze beoordeling.
Bij de visserij met grondbeugen kan de soort als bijvangst worden gevangen en kunnen vooral haaien, roggen en zeevogels worden getroffen; de hoeveelheid discards is vermoedelijk gemiddeld en de netten kunnen de zeebodem beschadigen, waardoor deze methode niet wordt aangeraden. Bij bodemottertrawls is zwarte zeebrasem eveneens bijvangst en zijn de hoeveelheden discards en niet-doelsoorten waarschijnlijk hoog; de methode veroorzaakt bovendien schade aan de zeebodem en kan het ecosysteem verstoren, waardoor ook deze methode niet wordt aangeraden.
Het beheer is gedeeltelijk effectief. Er gelden Europese vangstbeperkingen, maar die dekken niet de hele visserij en vangsten zijn de afgelopen jaren regelmatig boven de toegestane hoeveelheid uitgekomen. Er wordt gewerkt aan een ecosysteembenadering van het beheer, maar deze is nog niet volledig ingevoerd.