Het bestand van de Noorse kreeft in de Adriatische Zee bevindt zich rond de ondergrens van duurzaamheid, maar lijkt zich enigszins te herstellen. In een deel van het gebied is de biomassa sterk toegenomen en in de andere gebieden ligt deze boven de kritieke grens. De visserijdruk ligt rond de bovengrens waarbij een duurzaam bestand kan worden behouden, maar is in twee gebieden inmiddels lager dan FMSY.
De visserij met korven en vallen is selectief en heeft weinig effect op het ecosysteem. De bijvangst is laag en discards veroorzaken naar verwachting weinig sterfte. De visserij heeft weinig invloed op de bodem en het is niet aannemelijk dat de visserij de voedselketen of het ecosysteem verstoort. De CO2-uitstoot is laag en het risico op ghost fishing is matig.
Het bestand wordt voldoende gemonitord met onder andere onafhankelijke onderzoeken, maar het beheer volgt het wetenschappelijk advies niet volledig. De verschillende deelbestanden worden niet afzonderlijk beheerd, terwijl er aanwijzingen zijn dat dit nodig is. Er zijn maatregelen tegen illegale visserij en voor naleving, maar de effectiviteit daarvan is niet duidelijk. Het beheer van deze soort is gedeeltelijk effectief. De visserij is niet MSC-gecertificeerd en er is geen FIP.