Het bestand van de Japanse zwemkrab (Portunus trituberculatus) en blauwe zwemkrab (Portunus pelagicus) wordt onvoldoende onderzocht. Vooral voor de Japanse zwemkrab (P. trituberculatus) is veel van de beschikbare informatie afkomstig uit China. Voor de visserij in delen van de Indische Oceaan zijn aanwijzingen voor overbevissing, maar actuele gegevens over de visserij en de toestand van de bestanden ontbreken grotendeels. Beide soorten lijken relatief weinig kwetsbaar voor visserijdruk.
De visserij met fuiken, vaste vistuigen en drijfnetten heeft verschillende gevolgen voor andere soorten en het ecosysteem. Fuiken hebben over het algemeen weinig mechanische impact en relatief weinig bijvangst en discards. Bij vaste vistuigen kunnen zeeschildpadden en bedreigde zeezoogdieren verstrikt raken. Vooral drijfnetten vormen een risico voor zeevogels, zeezoogdieren, zeeschildpadden en haaien. Ook is niet duidelijk wat het wegnemen van grote hoeveelheden krabben betekent voor het ecosysteem.
Het beheer verschilt per land en is niet overal effectief. Er zijn weinig maatregelen specifiek gericht op de zwemkrabvisserij en de effectiviteit en handhaving zijn vaak onbekend of beperkt. Een wereldwijde beheerstrategie ontbreekt. In Indonesië is een FIP actief.