De toestand van het kabeljauwbestand verschilt per gebied. In meerdere gebieden is het bestand kritisch overbevist en in gevaar voor verdere achteruitgang, het noordelijke Noorse kustbestand laat na een lange periode van achteruitgang tekenen van herstel zien en voor het Groenlandse bestand zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om de toestand te beoordelen.
Bij de visserij met bodemottertrawls wordt kabeljauw als bijvangst gevangen en kan de visserij de zeebodem, benthische gemeenschappen en kwetsbare soorten beïnvloeden. Bij de visserij met Deense zegens kan bijvangst van haaien en roggen voorkomen en is sprake van een hoog discardpercentage. Bij geankerde kieuwnetten is de bodemimpact gering, maar kunnen kwetsbare soorten zoals haaien, roggen, zeevogels en zeezoogdieren als bijvangst worden gevangen. Bij de visserij met grondbeugen is de bodemimpact beperkt, maar kan ook bijvangst van andere soorten voorkomen.
De bestanden worden over het algemeen regelmatig gemonitord, maar het beheer volgt niet overal het wetenschappelijke advies en is niet altijd effectief. Er zijn vangstlimieten, discardverboden en maatregelen om de impact op kwetsbare soorten en habitats te beperken, maar discards en niet-geregistreerde vangsten komen nog steeds voor.