De Japanse oester (Crassostrea gigas) wordt wereldwijd op grote schaal gekweekt. De soort filtert zelf plankton uit het water en heeft daardoor geen voer of kunstmest nodig. De kweek vraagt weinig energie en zorgt voor weinig afval. Toch kan oesterkweek lokaal invloed hebben op kwetsbare natuur, zoals zeegrasvelden.
Een belangrijk aandachtspunt is de verspreiding van ziekten en parasieten. Gekweekte oesters kunnen worden getroffen door virale en bacteriële ziekten, die ook wilde oesters kunnen bereiken. Daarnaast bestaat er een risico dat oesters ontsnappen en zich mengen met wilde populaties. De gevolgen hiervan verschillen per gebied. Ook kunnen oesterkwekerijen lokaal tot conflicten leiden met natuurbelangen.
Het beheer van de oesterkweek verschilt wereldwijd. In sommige gebieden zijn regels en certificeringen goed ontwikkeld, terwijl het beheer elders minder effectief is. De milieubelasting van de kweek is over het algemeen laag, maar de mogelijke effecten op kwetsbare habitats, wilde oesterpopulaties en de verspreiding van ziekten blijven aandachtspunten.